Verslag en foto’s zijn gemaakt door Jan van ’t Verlaat — met dank. Deze reis was het begin van een mooie vriendschap tussen ons. Een vijfdaagse reis aan boord van de Alvracht 11, van Zwijndrecht naar Monheim en terug. Een tocht van ruim 540 kilometer over de drukste vaarwegen van Europa, met prachtige foto’s en een uniek kijkje in het leven aan boord.
De opvarenden:
- Aflos-kapitein: Jos Telleman
- Stuurman: Gerhard Beverdam
- Matroos: Tom Bodde ✝
- Passagier: Jan van ’t Verlaat
Traject:
- Zwijndrecht – Monheim (met bietmelasse): 272 km
- Monheim – Spyck (leeg): 150 km
- Spyck – Zwijndrecht (met lijnolie): 122 km
Vertrek richting Gorinchem
Op dinsdag 21 april 1987 vertrekt de Alvracht 11 vanuit Zwijndrecht richting Monheim. Het weer is rustig en de rivier is goed bevaarbaar. De bemanning maakt het schip gereed en de motor wordt warmgedraaid.
Na het verlaten van Zwijndrecht vaart de Alvracht 11 langs Dordrecht en vervolgt de reis richting de Boven‑Merwede. Het verkeer is rustig en de omstandigheden zijn ideaal.

dinsdag, 06.30 uur
Er zijn die ochtend, vlak na de Paasdagen, meer schepen met lading naar het achterland vertrokken. We worden al snel ingehaald door een tanker en een drogeladingschip, waarvoor de Alvracht 11 even vaart mindert, omdat deze schepen anders door de zuiging van onze waterverplaatsing bij ons zouden blijven hangen.

dinsdag, 07.30 uur
Het is net licht geworden. De splitsing van de Boven‑Merwede in de Nieuwe‑Merwede en Beneden‑Merwede bij Werkendam (km 961) wordt gepasseerd.
In opdracht van Rijkswaterstaat wordt hier de rivier door particuliere zandschippers uitgediept.
Gorinchem naar Tiel
dinsdag, 09.00 uur
We varen inmiddels op de Waal boven Gorinchem. De Zwitserse tanker RSK Tank 37 van rederij Dettmer is ons zojuist aan stuurboordzijde gepasseerd, terwijl de Alvracht 11 een tijdje aan de bakboordswal heeft gevaren.
Op het moment van de foto draaien we juist bij om langs de stuurboordwal achter de Dettmer‑tanker verder te varen.

De bochtaanwijzer onder het stuurrad laat zien dat de automatische piloot enkele graden naar stuurboord staat ingesteld.
De Alvracht 11 vaart verder over de Waal, langs Tiel, Zaltbommel en Nijmegen, op weg naar de Duitse grens. De stroming zit mee en de snelheid blijft mooi constant.

dinsdag, 10.15 uur
We komen dichter bij de bruggen van Zaltbommel.

dinsdag, 10.30 uur
dinsdag, 10.30 uur
Ons schroefwater verraadt behoorlijk wat kracht, maar onze 600 pk valt toch in het niet bij de 6000 pk waarmee de Franse duwboot Albert Auberger (nu Herkules II, ENI 01820014) zijn vier geladen bakken voortstuwt.
Toch wist de duwboot ons pas weer in te halen zo’n 52 km na Dordrecht, waar wij dankzij een snelle start hem voorbij konden varen toen hij vanwege zijn hoogte moest wachten voor de spoorbrug.

Jos Telleman houdt even in om deze kolos van ca. 10.000 ton te laten passeren.
We varen inmiddels ter hoogte van Ophemert.
Tiel naar Nijmegen

dinsdag, 12.45 uur
Foto’s boven en onder: bij km 911 ligt de brug over de Waal, bij Tiel. Met een snelheid van bijna 10 km/uur laten we ook deze brug langzaam achter ons.

Op de vier foto’s hieronder legt de drinkwaterboot aan om ons van drinkwater te voorzien.
dinsdag, 13.00 uur
Via de marifoon heeft Jos Telleman de drinkwaterboot uit Beneden‑Leeuwen opgeroepen. Nadat deze eerst de Albert Auberger heeft voorzien, zijn wij aan de beurt. De drinkwaterboot vaart een stukje met ons mee, langszij gekoppeld.

Tom staat klaar met het touw.
Tom maakt vast en Gerhard staat klaar om boodschappen te doen.

De schipper begeleidt de waterslang naar de bakboordzijde.
Gerhard betaalt de schipper van de waterboot voor het water en de boodschappen.
dinsdag, 13.15 uur
Juist wanneer we weer vaart zetten nadat de drinkwaterboot is losgekoppeld, worden we ter hoogte van Ochten opgelopen door de Alvracht 17 (II). Op de achtergrond is nog steeds de brug van Tiel zichtbaar.

Via de marifoon wisselt Jos wat nieuwtjes uit met de kapitein van de voorbijvarende tanker van dezelfde rederij: wat de bestemming is, welke vracht, en dat hij een “passagier” aan boord heeft.

dinsdag, 15.30-15.45 uur
Nijmegen komt in zicht. De spoorbrug doemt als eerste op, en precies op dat moment dendert er een trein overheen. De Alvracht 11 houdt koers en glijdt er soepel onderdoor. Even verderop volgt de grote boog van de Waalbrug, waar het verkeer onafgebroken overheen raast. Vanaf het water oogt het allemaal rustig, bijna sereen, terwijl de stad om je heen bruist.
De lege — en daardoor snel varende — Dintelkade van rederij De Beyer haalt ons in voor de spoorbrug. Even later bevindt dit schip zich al bij de verkeersbrug.

Nijmegen naar Rees
Na Nijmegen vaart de Alvracht 11 richting de Duitse grens. De rivier wordt drukker bevaren en de tegenstroom neemt toe. Aan stuurboordzijde schuift de Ooijpolder voorbij, met daarachter de heuvels van Berg en Dal.

dinsdag, 16.30 uur
De bocht van Erlecom is berucht vanwege aanvaringsgevaar. We varen aan de ‘verkeerde wal’, met het blauwe bord uitgeklapt en het knipperlicht in werking. Voor ons vaart de Duitse tanker Dettmer‑Tank 13 eveneens aan de verkeerde wal.
De tegenligger, het rivier‑zee‑schip Lucky Star uit Hamburg, zal ons stuurboord op stuurboord passeren.
Bij Emmerich passeert de Alvracht 11 de imposante hangbrug. De rivier is hier drukker: duwstellen, tankers en containerschepen wisselen elkaar af.

dinsdag, 19.30 uur
In de avondzon ligt Emmerich te blinken. We varen inmiddels in Duitsland. Via de marifoon heeft Jos Telleman mijn paspoort gegevens al aan de douane doorgegeven, maar nu moeten de douane-formaliteiten voor de lading nog worden vervuld. Aan boord heerst een duidelijke spanning of we daarvoor nog op tijd in Emmerich kunnen aanleggen, want de douane sluit daar al om half acht voor twaalf lange uren (aan deze internationale vaarweg!). Door het wassende water zat het wat tegen met de snelheid op deze dag en heeft de Alvracht 11 er iets langer over gedaan dan normaal.

We liggen nog niet vast wanneer Gerhard Beverdam al met de vrachtpapieren naar het douanekantoor rent. Het lukt, waardoor we vandaag nog een stukje verder richting Rees km 838 kunnen varen en morgenochtend vroeg al kunnen starten. Even na 19.30 uur zijn we alweer onderweg naar Rees waar we om 21.00 uur ten anker gingen.
Rees naar Duisburg-Ruhrort

woensdag, 05.45 uur
Vanochtend de ankers gelicht bij Rees (km 838). Even na zessen zien we de zon opkomen en hebben we de vaart er alweer in.

woensdag, 09.15 uur
Voor onze ogen speelt zich een tafereel af dat aan boord voor flink wat hilariteit zorgt. De man in de stuurhut van de duwboot Lehnkering 16 wil blijkbaar eens laten zien hoe hij 4300 pk beheerst.
Stoer, met volle kracht vooruit, steekt hij de Rijn over met een kleine geladen duwbak voor de boeg, om daarna het grindgat van de Rijn bij km 810, net boven Wesel, in te varen.
Hij verkijkt zich op de stroming en loopt met volle vaart vast op de bodem bij de ingang van het grindgat. Op de foto is te zien hoe hij al bezig is de duwbak los te krijgen door achteruit te slaan. Daar is hij nog geruime tijd druk mee geweest!

woensdag, 09.35 uur
Rheinberg wordt gepasseerd, waar Lehnkering‑schepen worden geladen met zout uit de zoutmijn verderop. Het zout wordt aangevoerd met treinwagons die heen en weer pendelen tussen de mijn en de rivier.

De stuurhut van de Alvracht 11, met Jos aan het roer.
De automatische piloot zat al op het schip toen Alvracht het kocht — het eerste schip binnen de rederij met zo’n systeem.
Een jaar later was de gehele vloot ermee uitgerust.

woensdag, 11.30 uur
We varen nu het Ruhrgebied binnen bij Walsum/Orsoy.
Rechts liggen de lege duwbakken van de Hanielrederij voor anker, terwijl links in de afvaart de duw-eenheid Franz Haniel 10, nu Herkules X ENI 04004890, nadert. Deze behoorde destijds tot dezelfde rederij als de lege duwbakken rechts.
Voor ons uit vaart al geruime tijd de duw-eenheid Stinnes-Schub I, nu Herkules XIII ENI 05501500.

Een Haniel-bunkerboot volgt ons.

Rechts ziet u verschillende schepen in de dalvaart, waaronder een motorvrachtschip van de grote Zwitserse Schweizerische Reederei AG uit Basel.el.

Zicht vanaf de achterzijde van de stuurhut. Links door de ramen is de Stinnes‑Schub I te zien, nu dichterbij dan toen we langs de lege duwbakken voeren.

woensdag, 12.00 uur
Op de bovenste foto is het riviervak benedenstrooms van de Baerler Brücke te zien — een drukte van belang. Jos Telleman is dan helemaal in zijn element.
We hebben de Stinnes‑Schub I bijna ingehaald… Maar doordat we door de drukte in zijn volle schroefwater terechtkomen én tegelijkertijd de zuiging van het tank‑koppelverband Esperatank 4 – Oran ondervinden, verliezen we weer duidelijk terrein.
De Lehnkering‑tanker Wedau, die ook stroomopwaarts vaart, voert twee blauwe kegels vanwege de gevaarlijke lading.


woensdag, 12.45 uur
Pas drie kwartier later, zo’n 6 à 7 km verderop, lukt het ons de Stinnes‑Schub I te passeren. Via de marifoon is afgesproken dat we de duweenheid aan zijn stuurboordzijde zullen oplopen.
De duwboot heeft net zijn blauwe bord uitgeklapt om naar de andere wal over te lopen.
Op de achtergrond is de vestiging van Thyssen in Duisburg te zien. Rechts is ook al een deel van de Rheinbrücke Duisburg‑Homberg zichtbaar.

woensdag, 13.00 uur
Jos Telleman koerst het schip verder stroomopwaarts langs de stad Homberg, “die Stadt im Grünen”. Hij draagt zijn zonnebril — geen overbodige luxe met de zon recht voor ons op het Rijnwater.

Gerhard en Tom werken intussen ijverig door op het dek, waar ze bezig zijn met het schilderen van alweer een onderdeel in een wirwar van afsluiters, leidingen, koppelingen en meer.
Duisburg‑Ruhrort naar Zons
De reis gaat verder langs Homberg, Krefeld‑Uerdingen en Düsseldorf richting Zons. De rivier is hier breed en druk bevaren.

woensdag, 14.30 uur
In de verte wordt het silhouet van Krefeld/Uerdingen zichtbaar, waar we het Ruhrgebied zo’n beetje gepasseerd zullen zijn.
De tanker Jan Bart, evenals de Alvracht 11 een voormalige Shell‑tanker, heeft ons zojuist bij km 768 ingehaald.
Op dit riviervak mag weer aan de verkeerde wal worden gevaren.

woensdag, 18.15 uur
Düsseldorf is een gezellige stad om langs te varen. Jos vaart hier bewust met het blauwe bord uit en dus dicht langs de oever van Düsseldorf, “want dat is zo gezellig”.
Hij bekijkt alles in zijn kenmerkende houding: voeten op het stuurwiel.

woensdag, 18.20 uur
Inderdaad trekken we volop bekijks, want veel mensen zijn kennelijk na hun werk nog even van het mooie weer gaan genieten langs de Rheinpromenade.

woensdag, 18.30 uur
De Van Ommeren‑tanker Lindavia zit ons bij Düsseldorf‑Heerdt op de hielen.
Nadat ik deze foto heb gemaakt, informeert de kapitein van de Lindavia via de marifoon “of ze er goed staan”.
Op het bevestigende antwoord van Jos volgt een discussie met grappen en grollen over en weer over de schoonheid van ieders schip.
En passant informeert Jos ook nog — ten behoeve van mijn “administratie” — welke naam de Lindavia eerst had.
Nadat de Lindavia ons is voorbijgelopen, wordt onze tanker in dezelfde positie, in hun schroefwater, ook op de foto gezet.

woensdag, 20.30 uur
Via de marifoon komt Jos te weten dat de Alvracht 19 van boven nadert.
Hoewel deze tegenligger nog achter een Rijnbocht verscholen gaat, is er al druk contact via de marifoon met kapitein Frits Veldt.
Jos kondigt hem al aan dat er straks een statiefoto van zijn schip wordt gemaakt en dat hij daar vast rekening mee wil houden bij zijn koers — dat hij zijn schip wel even keurig in orde moet brengen…
Een kleine tien minuten later is deze foto een feit.
In het donker zijn we die avond, met de radar aan om tegenliggers tijdig te ontdekken, doorgevaren tot we tegen 23.00 uur op stroom ten anker gingen bij het dorpje Zons.
Zons naar Monheim
Op donderdag 23 april 1987 was het weer vroeg reveille, maar de mooie zonsopkomst en een paar stevige bakken koffie maakten dat bepaald geen straf. Die ochtend werd het laatste stuk stroomopwaarts afgelegd met onze lading bietmelasse. We varen o.a. langs de Bayer‑vestiging in Dormagen.
donderdag, 08.30 uur
Aankomst op ons eindpunt, gemarkeerd door deze palen in de snel stromende rivier. Hier, in Monheim, niet ver van Keulen, bij km 707, zal de lading van boord gepompt worden.

donderdag, 08.35 uur
We naderen de losplaats bij Monheim. Omdat de stroming sterk is en de Alvracht 11 geen kopschroef heeft, kiest Jos ervoor om zo’n 25 meter boven de bovenste paal het stuurboordsanker te zetten. Zodra het anker houdt, laat hij het schip gecontroleerd terugvallen tot we precies goed liggen.
Het anker ligt niet alleen om te kunnen afmeren, maar vooral om straks weer makkelijk van de palen af te komen: als je de trossen losmaakt, gaat het voorschip vanzelf stuurboord uit door de stroming, richting het midden van de rivier.

Tom staat in het gangboord en krijgt met een paar gerichte worpen de tros om de bolder van de bovenste paal — dezelfde paal waar ook de lossingsslang hangt die straks de bietmelasse naar de wal pompt. Ondertussen wordt met de davit de roeiboot te water gelaten; die vormt vandaag de verbinding tussen schip en wal.

donderdag, 08.40 uur
Terwijl Gerhard het achterschip vastmaakt, stappen Jos en Jan in de roeiboot. De vrachtpapieren moeten worden afgegeven op het kantoor van de Unifern‑fabriek. Jos wrikt de boot behendig naar de kant, terwijl Jan intussen foto’s maakt.




donderdag, 09.20 uur
Na een half uur keren ze terug aan boord. Nu is het wachten op het sein “pompen”, via de walkie‑talkie die Jos van de fabriek heeft meegekregen.
Lossen in Monheim
In Monheim wordt de bietmelasse gelost. De werkzaamheden verlopen vlot en de bemanning maakt het schip gereed voor de volgende etappe.

donderdag, 21.00 uur
Vanmiddag is bericht van het rederijkantoor doorgekomen dat de tanks schoongemaakt moeten worden. De Alvracht 11 zal namelijk — tegen eerdere verwachtingen in — morgen een lading lijnolie moeten innemen. Niets van de stroperige melasse mag achterblijven in de tanks.
Dit betekent dat alle 12 tanks eerst tot zo’n 80 °C moeten worden verhit met stoom, gegenereerd door een grote stookketel die zich aan dek bevindt. Alle tanks ondergaan achtereenvolgens zo’n stoombehandeling. Vervolgens moeten alle tanks ook nog eens worden schoongespoten met water.
Dit heeft tot gevolg dat de bemanning tot 02.00 uur ’s nachts onder het licht van schijnwerpers heel druk in de weer is, ook omdat er wat tegenslagen zijn met niet goed werkende koppelingen.
Op de foto’s is de stoombehandeling te zien (boven), terwijl de zon ondergaat achter het Bayer‑complex in Dormagen (onder).

Monheim naar Spyck
vrijdag, 07.00 uur
Na het lossen en schoonmaken van de tanks vaart de Alvracht 11 leeg richting Spyck. Daar wordt lijnolie geladen. Het laden verloopt snel en zonder problemen.

’s Ochtends, even na 07.00 uur, komt de bemanning in touw om de tanker voor vertrek in gereedheid te brengen. Het schip vaart nu leeg stroomafwaarts. Dat gaat heel wat sneller dan de heenreis: de snelheid bedraagt nu bijna 25 km/uur.
De Alvracht‑vlag wappert fier in de wind die bij deze snelheid wordt opgevangen.


vrijdag, 11.15 uur
Passage van de Baerler‑brug, een bekend punt voor de Rijnvaart even onder het Ruhrgebied bij km 785.
We lopen de Franz Haniel 8 (ex Janus) van onze Duitse zustermaatschappij Elbe op, terwijl rechts daarachter de Carl Straat zichtbaar is — bij Rijnvaarders beter bekend als “de grote grijze keienvreter van de Rijn”.

vrijdag, 12.00 uur
In de keuken worden iedere dag de activiteiten — afgezien van het klaarmaken van het eten — vooral bepaald door koffie zetten. Koffie wordt gedronken in grote hoeveelheden, alsof het smeerolie voor de bemanning is.
Rechts staan de vier mokken alweer gereed voor de volgende lading.

Een paar foto’s terug was de Alvracht‑vlag in beeld; nu is het de beurt aan de Nederlandse vlag, met op de achtergrond de Franz Haniel 15 met zes geladen duwbakken in de bergvaart.

vrijdag, 12.15 uur
Op het traject Duisburg–Emmerich komen we veel duweenheden tegen, zoals hier de EWT 106 bij Wesel, met rechts een van de pijlers van een in de oorlog verwoeste brug die hier wat merkwaardig in de uiterwaarden is achtergebleven.

vrijdag, 14.30 uur
Aankomst bij de Oelfabrik Spyck, nog net in Duitsland vlak bij de Nederlands‑Duitse grens, waar we lijnolie zullen laden.
De Alvracht 11 draait op de rivier om vervolgens langs de Elbe XVI, die ook lijnolie ligt te laden, te varen en vast te maken aan een schip van een particuliere schipper die schroot (een restant van de persing van lijnzaad) moet laden.


De schippersvrouw is druk doende met het ophangen van de was. De schipper grijpt de tros van Tom om die vast te maken.

vrijdag, 16.00 uur
Nadat de Elbe XVI is geladen, komen wij aan de beurt. Een controleur komt kijken of de tanks goed schoon zijn. Daarna wordt de slang aangekoppeld die de lijnolie in de tanks moet brengen (totaal ca. 700 ton).
Nogal wat bouten en moeren moeten daarvoor worden vastgedraaid.

vrijdag, 16.30 uur
Terwijl het schip wordt geladen, benut Jos de tijd om Tom Bodde het eerder genoemde wrikken met de roeiboot eigen te maken.

vrijdag, 17.30 uur
Vanaf onze laadplaats kijken we op de Rijn, waar de geladen Alvracht 16 passeert op weg naar het even verderop gelegen Emmerich. Uiteraard weer aanleiding voor een gesprek via de marifoon voor het uitwisselen van enkele nuttige gegevens.
Spyck naar Zwijndrecht
Met de lijnolie in de tanks vaart de Alvracht 11 terug richting Nederland. De rivier is druk, maar de omstandigheden zijn goed. De reis verloopt voorspoedig.

zaterdag, 06.30 uur
We vertrekken van Spyck en draaien vlak achter een passerend Belgisch motorvrachtschip dwars de rivier op om daarna stroomafwaarts te varen. De zon komt net op.

zaterdag, 07.45 uur
Stemmige vroege ochtendsfeer ter hoogte van Nijmegen. Rechts nog een andere vlag: de groene vlag is erbij gezet, hetgeen vrije doorvaart bij de douane waarborgt.

zaterdag, 08.00 uur
Af en toe is het op de Waal vrij mistig. Daarom springt Jos regelmatig van z’n stuurstoel om even op het radarscherm te kijken. Gerhard en Tom zitten aan de koffie.

zaterdag, 09.00 uur
Op de Waal loopt de Zwitserse RSK‑Tank 39 ons op aan stuurboordzijde.

zaterdag, 11.30 uur
Merkwaardig: bij Alvracht hebben ze ook steeds maar nieuwe kapiteins… Jan mocht ook een stukje varen — en dat zelfs met de automatische piloot.

Boven staat weer de echte schipper, die het nu ook nog ouderwets met het stuurrad doet (de uitslover).
Op de foto eronder was hij al snel moe en vaart hij weer met de automatische piloot.


zaterdag, 13.00 uur
We naderen ons eindpunt: Zwijndrecht, waar we het weekend zullen blijven om maandag in Vlaardingen te lossen.
De inmiddels in Emmerich geloste Alvracht 16, waar Jos in 1990 vaste schipper op werd en die we de hele ochtend al achter ons verwachtten, haalt ons nog net voor het einde van de reis in.

Foto’s en verslag: Jan van ’t Verlaat
Met dank aan de bemanning van de Alvracht 11

Bedankbrief van Jan z’n echtgenote aan de toenmalige directeur Ed de Geus.
Dit verslag kreeg ik van Jan als dank, in een door hem gemaakte map — waarvoor mijn grote dank.



